|
|
“Geschiedkundige Aantekeningen
betrekkelijk tot het Slot Loevestein”
drukkerij H. Hoorneer,
1840
1793
In 1793 werd de Graaf van Bijland, geweest zijnde Opperbevelhebber
van het sterke Breda, om de overgave dier vesting, mede op Loevestein
gevangen gezet, en wel in de zaal van de la Rocque, van waar hij
in 1795 naar het slot Muiden nader is vervoerd.
1794
De Franschen lieten deze sterkte in dit jaar nog ongemoeid, ofschoon
tot in het gezigt derzelve voortgerukt zijnde ; doch moest zij,
bij dier terugkeering, op den 19 Januarij 1795, met Gorinchem
en Woudrichem, bij verdrag zich overgeven.
1797
[hangeschreven notitie]
Volgens het ontwerp van Grondwet of Konstitutie, gevoegd bij het
Departement van de Waal.
1809
Ofschoon deze sterkte is gelegen
aan de zamenvloeijing van twee rivieren, vinden wij niet, dat
dezelve van ijs of water immer aanzienlijk geleden heeft, zelfs
raakte zij, bij den geduchten watervloed van Januarij 1809, toen
het daar als een tweede St. Helena te midden van den vloed gelegen
was, reeds des voormiddags van den 19 dier maand van het ijs bevrijd,
wanneer onze toenmalige Fransche Koning Lodewijk Napoléon,
aan de overzijde der Waal, in het gezigt dezer sterkte, op den
smallen rivierdijk, tusschen ijsschotsen en vloed, in het uiterste
levensgevaar zich bevond.
Ook diende deze sterkte, in
den dertienjarigen oorlog van Frankrijk tegen Groot-Brittanniën,
van de jaren 1809 tot 1813, van tijd tot tijd, tot plaatsing van
Spaansche, Engelsche, Russische en andere krijgsgevangenen.
1811
In de maand October des jaars 1811, verwaardigde Napoléon,
Keizer der Franschen, ter gelegenheid van eene reize door zijne
in 1810 aan Frankrijk ingelijfde Hollandse Departementen, tijdens
zijn verblijf binnen Gorinchem, van de wallen dier stad, de sterkte
Loevestein met zijnen ontzaggelijken blik, die tevens dat slot
voor eene reeds ontworpene slegting schijnt behoed te hebben.
1813
Op het einde van dit jaar 1813, en wel op den 16 December, dit
slot door de Franschen, die ‘er nog wel 400 mannen sterk
waren, ontruimd zijnde, vermits Woudrichem op den 15 mede verlaten
was, is hetzelve diensvolgens toen weder eene Nederlandsche sterkte
geworden, na 3 jaren en 9 maanden fransche te zijn geweest ; en
bij artikel 1 van het besluit van den Souvereinen Vorst der Nederlanden,
van den 15 December 1813, no. 5, verklaard weder uit te maken,
als van ouds, een deel van den Staat der Nederlanden ; en bij
art. 1 en 2 van opvolgend besluit van den 26 Februarij 1814, no.
51, gevoegd bij het District Tiel.
1814
Kort na onze herkregene vrijheid van het Fransche juk, was ons
Hooger Bestuur overtuigd van het aanbelang van een goed toezigt
op Loevestein voor ’s Rijks verdediging van die zijde, en
dien ten gevolge mede voorzien van eenen Artillerie-Magazijnmeester
van de 3e klasse.
Slotvoogd :
1798-1810
Sebastiaan Perk van Lith , Kapitein, Kastelein en Slotvoogd van
Loevestein
Toen dit Slot in het Fransche
Keizerrijk is ingelijfd, deze laatste Slotvoogd is bedankt, en
de volgende bewaarders zijn veranderd in gewone Plaats-Majoors.
1813
[handgeschreven notitie]
Dieudonné ; - verlaat Loevestein 16 December 1813. -
Gevonden in het stadsarchief
te Gorkum met dank aan Erny van Wijk
|
|